viele Blumenzwiebel

Bloembollen

Wil je veel kleur in de tuin, dan zijn bloembollen niet weg te denken.

Wat is het verschil tussen een voorjaarsbloeier en een zomerbloeier?

Voorjaarsbloeiers plant je in het najaar, vanaf september tot de eerste vorst zijn intrede in het land doet. Deze bloeien in de lente.
Zomerbloeiers zijn niet winterhard en deze plant je in de lente wanneer de grondtemperatuur een tien graden is. Van deze bollen geniet je in de zomer.

Welke bloemen zijn voorjaarsbloeiers en welke zijn zomerbloeiers?

Voorjaarsbloeiers zijn vb. tulpen, narcissen, krokussen, hyacint, sneeuwklokjes,…
Onder de zomerbloeiers vind je dan weer ranonkels, begonia’s, dahlia’s, anemonen, gladiolen en de lelie terug,…

Waar kan je zoal bloembollen planten?

Bloembollen kan je overal planten. Op voorwaarde dat het water er niet blijft staan en goed wegtrekt.  Als de bollen teveel en te lang water krijgen, dan rotten deze.
Alle bolgewassen houden van een plekje op een zonnige tot half beschaduwde plaats.

Hoe plant je bloembollen?

Zorg dat de aarde goed los en luchtig is vooraleer je je bollen gaat planten. Meng er eventueel ook universele potgrond (van geode kwaliteit) onder, zodat de aarde voldoende meststoffen heeft.
Je kan een gaatje maken met een bollenplanter.
Plaats de bol zachtjes in de grond met de puntige kant naar boven. De onderlinge afstand is ook belangrijk en afhankelijk van de soort. De plantafstand en diepte vind je terug op de verpakking van de bloembollen. Dek het gat toe met aarde en druk de grond goed aan.

 

Bloembollen rooien?

De knollen van zomerbloeiers moet je jaarlijks uitdoen, zodat ze niet bevriezen. De voorjaarsbloeiers mag je laten zitten en zullen het volgende jaar opnieuw bloeien (mits ze niet op een te natte plaats staan).

Bloembollen bewaren

  • Laat de plant uit zichzelf afsterven.
  • De verwelkte bloem mag je eruit knippen, omdat deze anders zaad zal aanmaken en dat is niet de bedoeling. De bol moet zich concentreren op de opslag van reservevoedsel om te overleven. Laat daarom zeker de bladeren aan de bol! Hij zal het voedsel namelijk uit de bladeren zuigen, waardoor hij terug sterk wordt.
  • Zodra de bladeren  “leeg gezogen” zijn, sterven ze af. Als dit gebeurt, mag je de bol uit de grond/pot halen.
  • Maak de bollen schoon. Het is belangrijk dat de bollen proper bewaard worden. Wrijf het vuil en de aarde van de bol af. Was ze zeker niet met water. Bloembollen houden niet van nattigheid, ze gaan ervan rotten.
  • Bewaar bloembollen droog, koel en donker.
  • Als de bollen netjes en volledig droog zijn, kun je ze bewaren.
  • Leg ze in een bollenmandje en zet ze weg. Zolang het maar een donkere, koude en vooral droge plaats is. Een droge kelder of kleerkast zijn perfect.

 

Tips:

  • Let op de hoogtes van je bloemen zodat je zeker de hoge niet voor de lage soorten zet.
  • Zet een plantenetiket of stokje waar je reeds bollen geplant hebt.
  • Begonia’s en dahlia’s mogen vlak onder het oppervlakte geplant worden.
  • Plant bollen in groepjes, want één bloem staat verloren in de tuin. Kies steeds voor groepjes met een oneven aantal. Hierdoor krijg je een natuurlijker effect.
  • Krokussen en narcissen kan je ook in het gras planten.